Aanpak problematiek van onbeheerde- en kennelijk verlaten gronden middels het Domeindecreet (S.B.1981 No. 125)

Aanpak problematiek van onbeheerde- en kennelijk verlaten gronden middels het Domeindecreet (S.B.1981 No. 125)

07-06-2019
De President van de Republiek Suriname, Desiré Delano Bouterse,  heeft op vijftien maart 2019 bij Presidentieel Besluit, PBno.05/2019  een commissie “Adviescommissie Onbeheerde- en Kennelijk Verlaten Gronden” ingesteld.

De commissie staat onder voorzitterschap van de directeur van het Kabinet van de President E. J. van der San en bestaat verder uit C. Strijdhaftig – Culley, N. A. Khodabaks, J. D. Bahadoersingh en als externe deskundigen C. A. Akkal-Ramautar en C. R. Jadnanansing.

De belangrijkste taak van de commissie is het geven van adviezen over en het voeren van onderhandelingen aangaande het terugbrengen van onbeheerde- en kennelijk verlaten gronden in de boezem van de Staat Suriname, door het toepassen van het Domeindecreet 1981.

De commissie is inmiddels gestart met haar werkzaamheden en heeft een aantal gronden/plantages in kaart gebracht, waarop het Domeindecreet 1981 (S.B.1981 No. 125) zal worden toegepast.

­­

Het Domeindecreet 1981 (S.B.1981 No. 125) heeft voor eventuele rechthebbenden op de gronden/plantages waarborgen ingebouwd, hetwelk ten overvloede middels dit persbericht ter algemene kennis wordt gebracht;

De procedure volgens het Domeindecreet is in het kort als volgt:

  • De President is bevoegd om bij resolutie te verklaren dat er een vermoeden bestaat dat op enig stuk grond anderen noch het recht van eigendom noch enig ander zakelijk recht bezitten en dat de grond mitsdien deel uitmaakt van het vrije domein van de Staat.
  • De resolutie geeft een zo nauwkeurig mogelijke omschrijving van de desbetreffende grond/plantage en de namen van de laatst bekende rechthebbende(n).
  • De resolutie wordt twee keer met een tussentijd van tenminste 14 dagen gepubliceerd in het Advertentie Blad van de Republiek Suriname, ARS. Hoewel het volgens de wet niet noodzakelijk is, zal de resolutie tevens in tenminste één additioneel dagblad gepubliceerd worden.
  • Belanghebbenden kunnen binnen 60 dagen na de eerste publicatie in het ARS mondeling of schriftelijk verzet aantekenen bij het Hof van Justitie.
  • Het Hof van Justitie deelt het verzet mede aan de President, die binnen 30 dagen een antwoord doet toekomen aan het Hof.
  • Het Hof van Justitie deelt het antwoord van de President aan de belanghebbende mee die op zijn beurt binnen 14 dagen zijn verweer bij het Hof moet indienen.
  • Omtrent de ontvankelijkheid en of de deugdelijkheid van het verzet beslist het Hof van Justitie die dit mededeelt aan de President.
  • Als uit de verklaring van het Hof van Justitie blijkt dat er geen verzet is ingesteld of als het ingesteld verzet niet ontvankelijk of ondeugdelijk is verklaard, zal door de President de overschrijvingsprocedure van deze verklaring in de registers van hat MI-GLIS worden ingezet tot terugkeer van de grond/plantage in de boezem van de Staat.
  • Na de overschrijving van de verklaring van het Hof van Justitie in de registers van het MI-GLIS kan nog binnen zes maanden, door belanghebbenden die niet tijdig in verzet konden komen, bezwaar worden aangetekend bij het Hof van Justitie. Indien het bezwaar gegrond wordt verklaard, is de Staat verplicht tot vergoeding van de geldswaarde van het vervallen zakelijk recht.

Na verloop van de bovenvermelde termijn van zes maanden verjaren alle rechtsvorderingen tegenover de Staat met betrekking tot de zakelijke rechten op de grond.

Aan de inhoud van deze publicatie kunnen geen rechten worden ontleend.

“De  Adviescommissie Onbeheerde en Kennelijk Verlaten Gronden”

E.J. van der San