Suriname heeft niet betaald voor overname stuwdam

Suriname heeft niet betaald voor overname stuwdam

06-01-2020

Suriname heeft geen cent aan Alcoa betaald voor de overname van de Afobaka stuwdam. Minister Sergio Akiemboto van Natuurlijke Hulpbronnen (NH) is stellig hierover en ontkracht tegenover het Nationaal Informatie Instituut (NII) beweringen als zou ons land in de buidel hebben moeten tasten om de stuwdam in eigen beheer te krijgen. De bewindsman legt uit dat het bedrag dat overigens wel aan Alcoa is betaald, te maken heeft met de door Alcoa geleverde elektriciteit. “De overdracht van die dam? In feite is dat nul. Het is hard dat we niets hebben betaald voor die dam”, aldus de NH-minister. “Het bedrag dat Suriname uiteindelijk heeft moeten betalen aan Alcoa, is niet om de dam over te nemen. Het is om de rekening op basis van een zakelijke overeenkomst welke was gesloten toen, waarvoor we hebben betaald”, gaat minister Akiemboto verder.

Hij legt uit dat rond 1999 afspraken zijn gemaakt, waarbij is overeengekomen dat er een brandstofrcompenent zou worden toegevoegd aan de prijs voor door Alcoa geleverde elektriciteit. Echter, vanaf dat moment ging het slecht met de bauxietindustrie en betaalde Suriname steeds meer dan wat zij uit de deal met Alcoa ontving. Volgens de bewindsman was het dan zaak om na te gaan hoe de overeenkomst te beëindigen. Alcoa heeft Suriname van de stroomrekening die was opgebouwd vóór de periode toen de onderhandelingen begonnen, een bedrag van 100 miljoen US dollar kwijtgescholen van de ongeveer 104,8 miljoen US dollar. Suriname had vanaf dat moment slechts 4,8 miljoen US dollar betalen.

Minister Akiemboto zegt dat de onderhandelingen met de multinational jammergenoeg veel langer hebben geduurd: ruim 5 jaren. De rekening bleef echter doorlopen vanwege de overeenkomst met Alcoa. Aan het eind van de onderhandelingen heeft Alcoa wel als voorwaarde gesteld, dat Suriname vanwege de zakelijke overeenkomst de rekening voor geleverde stroom moet vereffenen, én ook omdat bij vertrek uit Suriname alle hydrokrachtwerken aan ons land worden overgedragen. Minister Akiemboto: “En dat is het bedrag dat we uiteindelijk hebben moeten betalen aan Alcoa, maar het is niet om de dam over te nemen. Het is om de rekening op basis van een zakelijke overeenkomst welke was gesloten toen, waarvoor we hebben betaald”

De NH-bewindsman benadrukt dat de dam is overgedragen als onderdeel van de beëindiging van de Brokopondo-Overeenkomst (BO). In deze overeenkomst, die eind jaren ’50 bij het opstarten van de raffinaderij werd getekend, waren er niet echt voorzieningen voor afhandelingen van vraagstukken zoals het milieu. Er is volgens minister Akiemboto toen ervoor gekozen apart te onderhandelen over zaken die niet geregeld waren in de BO. “De onderhandelingscommissie heeft samen met het onderhandelingsteam van Alcoa een tussenweg gevonden om de milieuvraagstukken onder een internationale standaard, welke is overeengekomen, af te wikkelen.” Daarnaast behelst de beëindiging ook de overdracht van de hydrokrachtwerken en andere aspecten die relevant zijn, zoals erop toezien dat Alcoa voldoet aan de afspraken die zijn gemaakt met de gemeenschappen in de omgeving.

Minister Akiemboto maakt deel uit van het door president Desiré Bouterse geleide team dat op 2 januari 2019 is gestart met informatiesessies met politieke partijen in het parlement, het bedrijfsleven en de vakbeweging. Tijdens deze infosessies worden de verschillende groepen geïnformeerd over het traject naar de overname van de stuwdam en het natraject betreffende de verdere ontwikkeling van de energiesector in Suriname. De bewindsman betitelt de sfeer tijdens eerste gesprekken met de parlementaire oppositiepartijen als positief en zeer constructief. De partijen hebben volgens de minister toegezegd ondersteuning te willen geven in het belang van Suriname. De informatiesessies worden op maandag 6 januari voortgezet.